METHODE DE BODT
Antoine de Bodt:
‘Er zijn ongelooflijk veel ruiters die obsessief paardrijden omdat ze tegen problemen aanlopen waarvan ze niet weten hoe deze aan te pakken.
Kreupelheid, pijn in de rug, bokken, gedragsafwijkingen, een scala aan problemen dat veroorzaakt wordt door de natuurlijke scheefheid van het paard.
Die ruiters weten niet waar ze de informatie vandaan moeten halen om hun paarden terug recht te richten zodanig dat ze correct kunnen bewegen.
Weinig instructeurs vertellen je wat je moet voelen, en hoe je weet wanneer je paard recht is. Ik vind dat instructeuropleidingen standaard hiermee bezig moeten zijn!

Na het geven van een aantal clinics bij instructeuropleidingen in Nederland is mij opgevallen dat er weinig kennis is over het recht richten. Het is de basis van het hele paardrijden, het paard rechtrichten en hem voorwaarts houden. Als het paard niet recht is, ontstaat er ergens overbelasting. De rug is de zwakste schakel die het meest te lijden heeft onder het niet rechtgericht rijden. Hoe wil je een paard gaan verzamelen als het zijn gewicht ongelijk verdeelt? Ik hoorde laatst een instructrice tegen haar leerling zeggen dat ze haar buitenbeen naar achter moest leggen toen de achterhand uitzwaaide.
Dit bewijst dat er grote verwarring bestaat over het begrip rechtrichten. Iedereen hoort te weten dat wanneer een paard uitzwaait we de voorhand voor de achterhand brengen in plaats van de achterhand op te schuiven. Als ik zie dat ruiters in de hoogste regionen scheef op hun paard zitten en dan ook nog zware oefeningen uitvoeren, dan kan men verwachten dat er problemen ontstaan. Terwijl het in de basis allemaal zo simpel is.’

Paarden zijn van nature linksgebogen of rechtsgebogen. Net als mensen links- of rechtshandig zijn. De meeste paarden zijn rechtsgebogen. Totdat wij met het paard aan het werk gaan is er nog niets aan de hand. Wanneer we die natuurlijke scheefheid van het paard niet voldoende erkennen gaat de ruiter onbewust het paard recht houden met compenserende gewichtshulpen. Bijvoorbeeld bij het rijden van een rechtsgebogen paard op de rechterhand gaat de ruiter het paard recht houden door links te belasten. Waardoor de aanleuning op de linkerteugel sterker wordt en de buiging naar rechts versterkt.
Een (gebogen) paard heeft een sterke, korte zijde en een zwakke lange zijde. Stel je voor dat je met je linkerarm een naar rechtsgebogen paard symboliseert. De buitenkant van je arm is de linkerzijde van je paard. Deze zijde is bol, heeft lange maar zwakke spieren. Dit is de soepele kant. Het linkerachterbeen is het zwakke achterbeen. Het linkervoorbeen draagt meer gewicht dan het rechtervoorbeen. De rechterzijde is hol, kort maar sterk gespierd en ook stijver. Het rechterachterbeen is het sterkst en vaak is de rechterheup iets hoger. Je kunt dit merken doordat zo’n paard meer steun zoekt op de linkerteugel, tegen je linkerbeen aanloopt en doordat het zadel naar links zakt. Jij als ruiter komt daardoor scheef te zitten. Voor het linksgebogen paard geldt hetzelfde alleen dan uiteraard in omgekeerde richting.
Als een gewichtheffer honderdvijftig kilo op moet tillen, is het begrijpelijk dat hij verticaal perfect in evenwicht moet staan. Als ik mijn gewicht gelijk verdeeld heb over twee benen ben ik in perfect verticaal evenwicht. Wanneer je echter een houten plankje van een centimeter dik onder één van mijn voeten plaatst, krijg ik het gewicht niet opgetild of ik krijg last van een blessure. Met paarden is dat niet anders. Een paard dat verticaal niet in balans staat, nodigt de ruiter uit om scheef te zitten (compenserende gewichtshulpen). Hij kan tevens zijn rug niet ontspannen en dat is wel een voorwaarde om het paard goed te kunnen laten werken.



We zien voortdurend dat niet recht gerichte paarden gedwongen worden om laag te lopen in de veronderstelling, dat het ontspannend is voor de rug. Niets is minder waar. Enkel wanneer het paard recht is kan hij de rugspieren ontspannen wat voor een voorwaarts neerwaartse tendens zorgt. Op dat moment worden de buikspieren aangespannen die het paard voor 3 zeer belangrijke elementen nodig heeft.
DE PRAKTIJK
Het is niet voldoende om alleen te kijken of je
paard correct in draf-
of gallopstelling loopt,
want het zou kunnen zijn dat een linksgebogen
paard op de linkerhand deze beide stellingen
correct uitvoert, terwijl hij op de rechterhand
bij gebrek aan buiging hier niet toe in staat is. Wanneer het linksgebogen paard de linkerkant niet los kan laten, zal het paard niet buigen maar zich op de binnenschouder leggen.

Dat heeft, zo als ook zojuist gezegd, te maken met verticaal evenwicht. Een paard kan niet horizontaal in evenwicht zijn als de verticale balans (gelijke gewichtsverdeling) ontbreekt . Bij aanvang van de training gaan we het paard verticaal recht richten , voordat we buiging vragen. In een later stadium streven we naar een rijkunstig evenwicht waardoor er meer gewicht naar de achterhand kan worden gebracht (verzameling).
We stellen ons voor: een amazone op een rechtsgebogen paard. De amazone heeft in haar linkerhand meer teugeldruk dan in haar rechterhand. Het paard wil graag op de linkerschouder vallen. Hoe zorgen we ervoor dat het zijn gewicht gelijk verdeelt en de amazone gelijke teugeldruk krijgt? We beginnen met dit paard op de linkerhand, op de binnenhoefslag. Ik vraag de amazone om de druk op de linkerteugel te verminderen naar een gelijkmatige aanleuning van de buitenteugel. Bijvoorbeeld 1 kilo rechts en 2 kilo links brengen we gelijk naar 1 kilo rechts en 1 kilo links. Zij mag het paard niet de gelegenheid geven om meer steun te zoeken op de linker teugel.
Dit resulteert bij aanvang in contrastelling. Ze moet dus zonder dat ze aan de linkerteugel blijft hangen, rustig het paard naar rechts gesteld rijden. Op dat moment wordt het teveel aan gewicht op de linkerschouder verminderd en wordt het paard in staat gesteld zich verticaal in evenwicht te brengen. Het gewicht dat het paard op de teugel heeft, staat gelijk aan de verdeling van het gewicht over de voeten. Wanneer een ruiter deze teugelvoering niet erkent gaat hij de oplossing zoeken in het verplaatsen van zijn gewichtshulpen.
Vervolgens wordt het rechtsgebogen paard op de rechterhand rechtgericht. Hierbij is het van groot belang dat het ruitergewicht niet op de linker zijde van het paard wordt geplaatst. Hierdoor zou de buiging naar rechts nog vergroot worden. Wanneer mij een kreupel paard wordt aangeboden wil ik de ruiter een paar minuten het paard zien berijden. Soms is het al voldoende het paard in de stap te beoordelen en merk ik dat de ruiter scheef op het paard zit.
Vanuit deze wetenschap zou ik de medische wereld aanraden eerst de oorzaak van de kreupelheid te achterhalen voordat er medisch wordt ingegrepen!
Als het paard niet recht is, heeft het geen zin om aan oefeningen te beginnen.